Hernieuwbare energie in Europa mogelijk beter ontwikkeld dan we denken

 

Wind turbines against sunset

 

Het is officieel: de gelukkigste mensen wonen in Noord-Europa. In het World Happiness Report 2018 wordt door de VN bevestigd dat Scandinavische landen nog altijd bovenaan staan in de lijst van gelukkigste landen ter wereld: Finland komt als gelukkigste uit de bus en neemt daarmee de eerste plaats over van Noorwegen (nu tweede), gevolgd door Denemarken, IJsland, Zwitserland en Nederland.

 

Het welzijn en de welvaart van deze landen zeggen ons iets over de toekomst. Het succes van deze Noord-Europese landen is gebaseerd op een mensgerichte visie op moderniteit, een eerlijke herverdeling van middelen en een sterke focus op duurzaamheid. Bij het bespreken van hernieuwbare energiebronnen moeten we ons op deze landen richten, ook als dit betekent dat we het dan anders doen dan we gewend zijn.

 

De overwegend conservatieve Noorse regering stemde bijvoorbeeld voor het soevereine fonds dat investeert in projecten voor hernieuwbare energie, zoals zonne- en windenergie. Er werd 1 biljoen Amerikaanse dollar vergaard door de verkoop van koolwaterstoffen uit de Noordzee. Hoewel Noorwegen onder andere rijk en welvarend is geworden dankzij olie, heeft het 't ambitieuze streven om in 2025 alleen emissievrije voertuigen toe te laten.

 

Iets oostelijker ligt het land dat werkelijk de groenste economie genoemd kan worden: Zweden. Dit land is vastbesloten om de eerste ter wereld te worden dat uitsluitend gebruikmaakt van 100% hernieuwbare energie. "Kinderen moeten opgroeien in een gezonde omgeving zonder giftige stoffen. Het bestrijden van schadelijke stoffen en de vervuilers laten betalen vormt de kern van onze politiek", aldus de Zweedse minister-president Stefan Löfven op de algemene vergadering van de VN in oktober 2015. Momenteel komt bijna 54% van de Zweedse energie uit hernieuwbare bronnen, een ongelooflijke prestatie voor een land met 10 miljoen inwoners (tweemaal de Noorse bevolking). Ondertussen produceert Denemarken zoveel windenergie dat het dit kan doorverkopen aan Noorwegen, Zweden en Duitsland. IJsland richt zich op geothermische energie, een bron waarmee de meeste huizen al verwarmd worden en die steeds populairder is geworden in de afgelopen jaren.

 

Deze cijfers spreken voor zich en de Scandinavische landen zijn hierin op dit moment niet te evenaren. Maar ook in Zuid-Europa gaat de algemene tendens steeds meer richting groene energie (in plaats van fossiele brandstoffen). Zo staat het toeristische Griekse eiland Tilos op het punt om als eerste exclusief over te gaan op hernieuwbare bronnen. Iets westelijker, op het Iberisch schiereiland, heeft de Portugese vereniging voor hernieuwbare energie (APREN) een nieuw record aangekondigd: "De eerste maand in de 21e eeuw die volledig op groene energie draait". De met hernieuwbare bronnen geproduceerde elektriciteit in Portugal lag met maar liefst 103,6% (4.812 GWh) dus boven de behoefte van het land. APREN zegt hierover: "Dit is in de afgelopen 40 jaar nog nooit voorgekomen". De meest succesvolle investeringen zijn waterkracht en wind, samen goed voor bijna alle hernieuwbare energie in het land - en dat terwijl in Portugal nog steeds veel fossiele brandstof wordt gebruikt.

 

Deze prestatie van Portugal is natuurlijk historisch. Ook buurland Spanje is erin geslaagd meer gebruik te maken van windenergie (wind was de op één na grootste energiebron in 2016). Tevens staat hier de grootste waterkrachtcentrale. 2018 wordt een keerpunt voor Europa. Op 4 januari werd een historisch record bereikt, waarbij 22,7% van de Europese energiebehoefte werd geleverd met 2.128 GWh schone energie. Met deze energie werden 160 miljoen gezinnen en 61% van de industrie van elektriciteit voorzien . Op dezelfde dag scoorden zowel Duitsland als Frankrijk nationale records: Duitsland leverde met 925,3 GWh 60,1% van het elektriciteitsverbruik en Frankrijk met 218 GWh 14,6%.

 

In Zuid-Europa stapt Italië ook langzaam af van het gebruik van energie uit fossiele brandstof. Portugal verwacht in 2040 volledig zelfvoorzienend te zijn door middel van duurzame energie. Het is wel zo dat het land de Europese doelstelling van ‘31% hernieuwbare energie in 2020’ eerst nog moet zien te bereiken. Italië heeft zijn doel al bereikt met 17% in 2015. Alle landen moeten hun steentje bijdragen: de Europese richtlijn stelt specifieke nationale doelstellingen vast, rekening houdend met het uitgangspunt voor elk land en het totale potentieel. In de komende jaren hoopt Italië ambitieuze doelen te bereiken boven de Europese doelstellingen (zoals 28% van de hernieuwbare energie voor de totale consumptie in 2030 en de sluiting van kolencentrales in 2025).

 

We draaien er niet omheen: de Europese trend is positief, maar snel gaat het nog niet. Dit blijkt duidelijk uit de EU-doelen die zijn vastgelegd in de Renewable Energy Directive (Europese richtlijn hernieuwbare energie). Het doel is dat de EU in 2020, als optelsom van alle nationale doelen, in ten minste 20% van de energiebehoefte zal voorzien door het gebruik van hernieuwbare energie. Het volgende doel is 27% in 2030. Men hoopt dit proces te kunnen versnellen, met name gebaseerd op het nieuwste rapport van de International Renewable Energy Agency (IRENA). De IRENA bevestigt de positieve wereldwijde trend van kostenreductie bij de productie van hernieuwbare energie, en in het bijzonder bij eolische en fotovoltaïsche systemen. De kosten van groene energie zijn daarom competitiever dan voorheen en de prijs zal naar verwachting verder dalen - ten koste van fossiele brandstoffen en in het voordeel van een groenere toekomst.